Merel
De merel is misschien wel de meest bekende tuinvogel van België. Hij behoort tot de meest voorkomende broedvogels in ons land en is vrijwel overal te zien. Deze vogel is zowel te zien in kleine stadstuintjes, parken, open velden en bossen.

De Merel heeft een lengte tussen 23.5 en 29 cm. Man en vrouw zien er heel verschillend uit. De man is volledig zwart en heeft een gele snavel. Het vrouwtje heeft een donkerbruine mantel op de rug, een gevlekte borst en buik en heeft bruin-witte veren aan de keel. Hun voeding bestaat voornamelijk uit Insecten, (regen) wormen, kleine bodemdiertjes die vaak onder afgevallen bladeren te vinden zijn. Ook zijn ze verzot op bessen en vruchten. Deze vogel zal je eerder onder de voedertafel zien scharrelen dan er op. Strooivoer en overrijpe appelen helpen hen dan ook om de winter makkelijker door te komen.

Merels nestelen 3 tot 4 X per jaar en leggen dan tussen 4 en 5 eieren. Als nestplaats in de tuinen kiezen merels heel vaak hagen en struiken. In de vrije natuur verkiezen ze vaak een splitsing van een tak, in een boom of struik. Hun nest is een groot komvormig bouwwerk gemaakt van modder en plantmaterialen.
Als merels met jongen liggen, zien we ze heel vaak regenwormen verzamelen in het gras van onze tuinen.
