Pimpelmees
Pimpelmezen komen vooral voor in oude loofbossen, parken en beplante tuinen. Ook zij maken in de winter heel vaak gebruik van de voederplaats in de tuin. Ze behoren tot de bekendste mezen in België, samen met de koolmees.

Pimpelmezen zijn een 3 tal cm kleiner dan de koolmees. Man en vrouw lijken sprekend op elkaar en zijn niet te onderscheiden. Hun voeding bestaat voornamelijk uit kleine insecten en hun larven, spinnen en andere geleedpotigen. In de winter zijn ze verzot op zaden, pinda's en zonnebloempitten.

De pimpelmees nestelt 1 x per jaar (soms 2 keer) en legt tussen de 7 en 12 eieren. Als nestplaats in de tuinen kiezen ze heel vaak nestkastjes of holtes in muren. Pimpelmezen verkiezen een invliegopening niet groter dan 30 mm diameter. In de vrije natuur verkiezen ze vaak holtes in bomen. Hun nest is bolvormig en opgebouwd van mos, bladeren, gras en dierenharen.